<![CDATA[Koen Steeman - Home]]>Wed, 27 Jan 2016 21:22:44 +0100Weebly<![CDATA[Gepersonaliseerd leren? Stop de programmeer-hype!´╗┐]]>Wed, 27 Jan 2016 12:48:16 GMThttp://koensteeman.weebly.com/home/gepersonaliseerd-leren-stop-de-programmeer-hypeeorige week was daar dan hét grote nieuws: Microsoft lanceert klaslokaalversie van Minecraft! Geweldig nieuws, omdat er op deze manier voor wordt gezorgd dat de (digitale) leefwereld van de leerlingen gekoppeld wordt aan het onderwijs. Daarnaast is dit hét schoolvoorbeeld van gamification. Tenslotte kan het aansluiten bij programmeren, waarover Neelie Kroes in 2014 al repte dat het een verplicht basisschoolvak zou moeten zijn. Maar moeten we eigenlijk wel zo massaal juichen? Of moet er ook wat nuance komen in het innovatieverhaal?

'Wololoo!' Dat was het geluid van Age of Empires, het spel wat ik en veel van mijn klasgenootjes speelden toen wij op school zaten. Het ontwikkelen van je beschaving, het doorlopen van verschillende era's en het tactisch gebruik maken van je middelen en manschappen waren de kerndoelen van dit spel. Ik heb er een hoop van geleerd, thuis... Andere klasgenootjes gingen meer sporten, schilderen of op muziekles. Zo deed iedereen iets vanuit zijn eigen interesse en zo ontwikkelde iedereen zich op een unieke en eigen manier.

Ik ben een groot voorstander van de vernieuwing van ons (basis)onderwijscurriculum. We moeten samen goed kijken naar wat nodig is voor onze leerlingen, in de basis! We hebben er een handje van om te denken dat alles belangrijk is, maar alles is simpelweg te veel. Dus moeten we keuzes maken. In mijn ogen doe je dat op twee manieren:
1) De échte basis, wat alle leerlingen moeten leren en kunnen als ze van de basisschool afkomen
2) Talentontwikkeling, ruimte en begeleiding voor alle leerlingen, zodat zij zich kunnen ontwikkelen op de gebieden waar zij geïnteresseerd in zijn. Elke leerling komt dan met een ander pakket van de basisschool.

De vraag die ik openlijk wil stellen is waar programmeren en 'Minecraft in de klas' thuishoort? Is het iets wat alle leerlingen moeten krijgen of moet je juist met de leerlingen die zich daarin interesseren de diepte in gaan? Of is de gulden middenweg een beetje van beide. Bepaalde dingen (logisch redeneren) moeten in het basispakket zitten en verdiepende stof (het programmeren van een spel) is onderdeel van talentontwikkeling? Hoe dan ook het lijkt me een goed plan om wat nuance aan te brengen in de hype dat iedereen moet programmeren of dat het inzetten van Minecraft in de klas voor iedereen een meerwaarde heeft. Dan hollen we namelijk heel hard voorbij aan een van de belangrijkste zaken van ons onderwijs: het recht doen aan verschillen tussen kinderen!]]>
<![CDATA[2016, het jaar waarin´╗┐ reality virtual reality verslaat]]>Sat, 02 Jan 2016 13:51:11 GMThttp://koensteeman.weebly.com/home/2016-het-jaar-waarin-reality-virtual-reality-verslaatSinds 1 januari 2015 werk ik (naast lesgeven @StartblokGroep8) ook voor het iXperium van de HAN. Met trots probeer ik docenten uit alle takken van het onderwijs te laten zien hoe technologie, met name ict, op een positieve manier invloed kan hebben op ons onderwijs.  Zo kan ik me nog goed herinneren dat ik in september bezoekers écht de meerwaarde van de google cardboard kan laten zien. Anders dan een ritje in de achtbaan had ik namelijk dit filmpje voor de bril gevonden. In het filmpje word je (in 3D) rondgeleid door een vluchtelingenkamp in Dohuk, Iraq. Alle leerkrachten zagen de meerwaarde, want dit zou leerlingen een echt kijkje geven in een vluchtelingenkamp, beter dan een verhaal of wat plaatjes van internet.

In december lees ik op ad.nl dat de gemeente Loon op Zand begeleiders met kinderen meestuurt die op weg naar school een opvanglocatie voor 1200 asielzoekers passeren. De xenofobe houding van wethouder Ligtenberg en 'een deel van de ouders die zich niet laat overtuigen' daargelaten, bedenk ik me ineens weer hoe enthousiast de leerkrachten waren om een virtueel kijkje te nemen in een vluchtelingencentrum. Zouden al die leerkrachten hun klas ook meenemen naar een asielzoekerscentrum? Ik hoop het.

Als je het hebt over de leefwereld van onze leerlingen, het onderwijs tastbaar maken en leerlingen laten opgroeien voor 2035, dan begint de realiteit toch vandaag? Hoeveel is een top 3 notering op de pisa-ranking waard als we onze leerlingen niet leren hun harten open te stellen voor mensen die oorlogsgebieden ontvlucht zijn? De realiteit van 2016 is dat onze leerlingen opgroeien in een mooie multiculturele samenleving, waarin we ontzettend veel van elkaar kunnen leren en met elkaar kunnen bereiken.

Wellicht moet Sander Dekker na alle goedbedoelde (en mislukte) voorstellen in 2015 zich hier eens in 2016 met #onderwijs2035 op concentreren? Wat mij betreft is het uitgangspunt van #onderwijs2035 dan ook 'Hoe kan het onderwijs er voor zorgen dat onze leerlingen in 2035 een mooi, tolerant, samenwerkend en multicultureel land hebben'. Maar dan moet je natuurlijk wel even verder kijken dan je rekentoets lang is...]]>
<![CDATA[Koen's klassentip: ClassDojo]]>Wed, 30 Dec 2015 16:14:42 GMThttp://koensteeman.weebly.com/home/koens-klassentip-classdojoClassDojo
De vreedzame school en PBS zijn tegenwoordig veelgehoorde kreten als het gaat om (het verbeteren van) het pedagogisch klimaat in de klas. De vraag hoe deze pedagogische initiatieven ondersteund kunnen worden door middel van ict blijft echter vaak onbeantwoord. ClassDojo doet een poging en blijkt een fantastische aanvulling te zijn voor het scheppen en behouden van een goed pedagogisch klimaat in de klas.

Het concept van ClassDojo is eenvoudig. Alle leerlingen hebben een eigen avatar en kunnen punten verdienen. Met de klas spreek je 'gedragingen' af, dat zijn de domeinen waarbinnen leerlingen een punt (en dus een virtuele beloning) kunnen scoren. Zo wordt er in mijn klas gewerkt aan het op tijd klaar zitten bij een leswisseling. Met behulp van een timer in ClassDojo weet elke leerlingen hoe lang hij heeft om klaar te zitten. Zitten ze op tijd klaar dan verdienen ze een punt. Hoe eenvoudig het ook klinkt, het werkt! Leerlingen zien het punt dat ze krijgen als beloning voor het goede gedrag wat ze laten zien en zijn trots.

Maar ClassDojo gaat nog verder. Leerlingen kunnen hun eigen avatar veranderen, leerkrachten kunnen weekoverzichten maken, leerkrachten kunnen ook kiezen voor negatieve gedragingen (en dus minpunten) en er is de mogelijkheid om de ouders van leerlingen ook een account te laten aanmaken, zodat er gemakkelijk met school (en vice versa) gecommuniceerd kan worden. Starten met ClassDojo is eenvoudig. De leerkracht maakte een account aan en de beloningen kunnen worden uitgedeeld door op het digibord te klikken of via de special ClassDojo-app.

Wil je zelf aan de slag gaan met ClassDojo?
Ga naar de website van ClassDojo of download de app voor Apple of Android

]]>
<![CDATA[Design Thinking in de klas]]>Wed, 25 Mar 2015 15:12:26 GMThttp://koensteeman.weebly.com/home/design-thinking-in-de-klasFoto
Design Thinking lijkt het nieuwe toverwoord te zijn. In de wereld van managers, ontwerpers en ondernemers is het al niet meer weg te denken. Maar hoe zit dat eigenlijk in onderwijsland? Afgelopen vrijdag deed zich een praktisch probleem voor in mijn klas (@StartblokGroep6). De ideale kans om Design Thinking in de klas uit te proberen!

Op 't Startblok in Cuijk hebben we de luxe dat we per vier klassen over 25 chromebooks beschikken. Een bijkomend probleem was dat er, naast de chromebooks,ook veel gesjouwd werd met koptelefoons, deze zijn wat gevoelig voor kinderhandjes en dus gingen ze snel kapot. Daarom is op school het besluit genomen om alle leerlingen één persoonlijke koptelefoon te geven (net als de persoonlijke vulpen). Met een gevoel als de Sint kwam ik met 25 koptelefoons onder mijn arm de klas binnen. Alle kinderen enthousiast, ééntje kritisch: "Meneer, waar gaan we die koptelefoons bewaren?"

Dit was voor mij de kans om Design Thinking aan de klas te introduceren. Design Thinking is een methode, een manier van denken en werken om op een praktische en creatieve manier problemen op te lossen. Je bekijkt wat het probleem is en wat de gewenste eindgebruiker er van verwacht. Vervolgens begin je met een optimistische creatieve fase (alles is mogelijk), tenslotte maak je een prototype en ga je het testen en fine-tunen tot je tevreden bent. dus

Samen met de leerlingen hebben we ons probleem gedefinieerd met de bijpassende voorwaarden. "We willen de koptelefoons op deze kast bewaren en we moeten ze gemakkelijk kunnen pakken". Vervolgens heb ik de leerlingen de hele ochtend de ruimte gegeven voor het creatieve proces (prioriteiten stellen, dus de reken-, taal- en spellingles van de ochtend aan de kant geschoven). 

"Alles is mogelijk, je mag samenwerken, je mag tekenen, je mag bouwen". De ogen van de leerlingen gingen wijd open, ze wisten niet hoe snel ze aan de slag moesten gaan, opvallend was dat niet één van hen besloot om alleen te werken. Daarnaast was het enorm gaaf om te zien dat de verschillende groepjes verschillende methoden gebruikten om samen te werken. Links zag ik leerlingen een placemat tekenen en hun ideeën uitschrijven, terwijl rechts tientallen geeltjes op een tafel werden geplakt. Tenslotte gaf ik de leerlingen de tip om hun prototype (Knex was toch het favoriete bouwmateriaal) op de kast te testen met hun eigen koptelefoons en waar nodig nog even bij te stellen. Na een korte pauze (even buitenspelen) zag ik verschillende trotse groepjes met verschillende bouwwerken. Samen hebben we (weer kijkend naar de eisen die we aan het begin gesteld hebben) twee bouwwerken gekozen, deze in elkaar geschoven en ons koptelefoonopbergsysteem was klaar! De vraag die overblijft is wie er nu trotser is. De leerlingen op hun geweldige bouwwerk of de leerkracht die een klas vol overgave, samenwerking en opportunisme aan het werk heeft gezien?

De ontwikkelkring van het iXperium werkt ook volgend de methode van Design Thinking. Er ligt natuurlijk nog een grote uitdaging om te kijken hoe Design Thinking (met behulp van ict) in het onderwijs ingezet kan worden. De website designthinkingforeducators.com is een goede start als je hier meer over wilt weten.
]]>
<![CDATA[10 antwoorden op de vraag: "Waarom zou ik Twitter in de klas gebruiken?"]]>Sat, 08 Mar 2014 13:55:27 GMThttp://koensteeman.weebly.com/home/10antwoordenToen ik voor het eerst Twitter in de klas ging gebruiken was het vooral bedoeld als experiment. Samen met de leerlingen wilde ik bekijken wat sociale media kon toevoegen aan het onderwijs. 2,5 jaar later kan ik met trots veel redenen geven waarom je Twitter in de klas eens zou moeten proberen.
Foto
1. Om te delen waar je trots op bent.
Hoe vaak komt het niet voor dat er iets bijzonders gebeurt in de klas, iets wat jij of de leerlingen heel graag wilt delen. Met Twitter kun je met een handomdraai een foto, quote of gebeurtenis uit de klas de wereld in sturen. Op deze manier kunnen ook ouders, opa’s & oma’s, vriendjes en vriendinnetjes zien wat voor mooie dingen er allemaal in de klas gebeuren.


Foto

2. Om buiten de klas contact met je leerlingen te houden.
Voor leerlingen zijn sociale media de manieren om met elkaar te communiceren. Een telefooncirkel gebruik je in je klas al lang niet meer. Via Twitter kun je ook de kinderen buiten schooltijd heel makkelijk bereiken en andersom. Zo zouden leerlingen vragen kunnen stellen over hun huiswerk of een belangrijke boodschap door kunnen geven.

Foto
3. Om bedrijven en personen bij je project te betrekken.
Onderwijs zinvol maken is voor veel docenten een belangrijk uitgangspunt. Door middel van ‘@’ is het via Twitter erg gemakkelijk om in contact te komen met bedrijven of personen die je project of les een extra demensie kunnen geven. Leerlingen kunnen ze via Twitter gemakkelijk vragen stellen of ze zelfs in de klas uitnodigen voor een bezoek of presentatie.


Foto
4. Om belangrijke informatie te delen.
Briefjes mee naar huis geven is al jaren een begrip in het onderwijs. Met behulp van een tweet kun je vaak leerlingen en ouders belangrijke informatie meegeven of ze helpen herinneren aan een belangrijke gebeurtenis.


Foto
5. Om leerlingen mediawijzer te maken.
Dit is misschien wel de belangrijkste reden om Twitter in de klas in te zetten. Sociale media is van deze tijd, maar weten leerlingen wel hoe ze er mee om moeten gaan en wat de kansen en gevaren kunnen zijn? Door samen met de leerlingen Twitter te ontdekken en te gebruiken leer je ze zorgvuldig en veilig omgaan met nieuwe media.



Foto

6. Om de taalles interactiever te maken.

Taal is van alle tijden en de taal verandert continu. Door gebruik te maken van nieuwe en sociale media kun je je taalles interactiever maken. Leerlingen kunnen (in hun eigen tijd) reageren en mee doen met de les.


Foto
7. Om een digitale creales te geven.
Op internet zijn ontzettend veel creatieve programma’s te vinden. Foto’s bewerken, collages maken, huizen ontwerpen het zijn allemaal creatieve vaardigheden die tegenwoordig digitaal uitgevoerd worden. Met behulp van Twitter kun je leerlingen makkelijk wijzen op een link & ze vragen om hun creatie te laten zien.


Foto

8. Om leerlingen anywhere, anytime te laten reageren.

Sociale media is overal en altijd. Binnen maar ook buiten school hebben leerlingen toegang tot het internet, en daarmee toegang tot kennis en communicatie. Dit kun je in je les gebruiken door ze op pad te sturen en ze te vragen om hun bevindingen ‘live’ te tweeten.



Foto
9. Om een TwitterQuiz in te zetten om 21st century skills te trainen.
Het zoeken en vinden van de juiste informatie op internet is een vaardigheid die veel leerlingen nodig zullen hebben in de toekomst. Met behulp van de TwitterQuiz, een speurtocht door de digitale jungle, worden ze getraind en uitgedaagd om op internet op zoek te gaan naar de juiste betrouwbare informatie.

Foto
10. Om wereldoriëntatie te koppelen aan de digitale leefwereld van de kinderen.
De digitale wereld hoort bij de leefwereld van de leerlingen en dus ook bij wereldoriëntatie. Met Twitter kun je  aardrijkskunde & geschiedenis interactief en veel plaatselijker maken. Er is namelijk altijd wel wat te vinden over het dorp of de stad waar de leerlingen wonen.

]]>